Oorsprong
Vroeger werd de aminozuur cysteïne, omdat het in haren en veren voorkomt, hiervan met behulp van zoutzuur gewonnen. Vandaag wordt E 920 met behulp van micro-organismen op biotechnologische wijze geproduceerd. Hierbij kan het ook nodig zijn gebruik te maken van genetisch gemodificeerde wezens. Cysteïne komt dan voor als kleurloos vast stof.
Toepassing
E 920 kan zonder maximumhoeveelheidsbeperking worden toegepast in alle voedingsmiddelen. Het wordt echter bijna uitsluitend gebruikt voor de productie van gebakwaren. E 920 heeft de eigenschap lucht in het deeg te houden, d.w.z. dat gebakwaren door toevoeging van cysteïne aanzienlijk langer houdbaar zijn. Oude deeg kan ook door toevoeging van E 920 weer „vers" worden gemaakt. Voor de industriële productie is E 920 zeer belangrijk, want door toevoeging kunnen deegs voor de automatische productie zo worden aangepast dat een exacte vorm en grootte gegarandeerd kan worden.
Risico's
De voedingstoestoffenverrijking cysteïne wordt beschouwd als volkomen ongevaarlijk. Een aanbevolen dagelijkse dosis (ADI-waarde) is daarom niet gegeven.