Functievoedingsmiddelen
Een gezondheidsondersteunende werking, zoals bijvoorbeeld het behoud van optimale gezondheid of een mogelijke vermindering van ziektegevaar is bij functievoedingsmiddelen, dus voedsel dat functionele ingrediënten bevat, bewezen. Het is belangrijk om te weten dat ze geen schadelijke stoffen voor de gezondheid bevatten. Ze onderscheiden zich door minimale ongewenste bijwerkingen. Omdat het toevoegen van functionele ingrediënten aan voedsel een breed publiek aanspreekt, worden deze voedingsmiddelen voorzien van gezondheidsclaims.
Functionele ingrediënten worden gebruikt voor verschillende taken. Voor energielevering worden koolhydraten en vetten toegevoegd. Voor opbouw en behoud worden eiwitten, water en mineralen aan het voedsel toegevoegd. Belangrijk voor bescherming en stofwisselingregulatie zijn vitamines, mineralen, PUFAs en secundaire plantenstoffen. Voor de functiebehoud zijn voedingsvezels, water, smaakstoffen, aroma's en kleurstoffen belangrijk.
Geschiedenis van functionele ingrediënten
De geschiedenis van functionele ingrediënten laat zich kort indelen in drie niveaus. De ontwikkeling begon in 1928, met als doel een compensatie voor tekorten te bereiken. Hier werd de jodiumvoeding van keukenzout aangebracht. Witmeel werd verrijkt met B-vitamines en het toevoegen van vitamines A, D, E aan magere melk en margarine werd ingevoerd. De volgende noodzakelijke stap vond ongeveer in 1970 plaats om een compensatie voor overvloed en eenzijdig voedsel te bereiken. Er werd een vermindering van vet, suiker, energie en cholesterol aangebracht waardoor lichtvoeding op de schappen kwam. Ongeveer in 1985 werd de actieve ondersteuning van gezondheid door het doelgerichte gebruik van functionele ingrediënten besloten, omdat de onderzoek een verband tussen voeding en ziekte herkende.
Goed voor de gezondheid
Functionele ingrediënten die positief werken op het hart- en vaatstelsel en cholesterol zijn antioxidante vitamines, zoals A, C en E, voedingvezels, meervoudig onverzadigde vetzuren, Omega-3-vetzuren, fitosterolen en peptiden uit melkproteïnen. Positief op celgroei, dus tegen kanker, werken functionele ingrediënten zoals antioxidante vitamines A, C en E, vrije-radicalenopnemers zoals fenolsuur, catechine, die in volkoren, groene thee en cacaobonen aanwezig zijn en flavonoïden uit fruit en bessen. Eveneens belangrijke toevoegingsstoffen in dit gebied zijn de phytohormonen zoals flavonoïden uit soja en lignane uit volkoren. De stimulering van detoxificerende enzymen, zoals glucosinolate en thiocyanaat worden preventief tegen kanker gebruikt. Het versnellen van de darmdoorgang door voedingvezels is hier niet meer weg te denken.
Positief op groeiproces en ouderwordingsproces werken functionele ingrediënten zoals phytohormonen, phyto-estrogenen, Ginseng en antioxidante vitamines en vrije-radicalenopnemers. Preventief tegen osteoporose en diabetes werken koolhydraten, complexe en eenvoudige suikers, suikervervangers zoals polyolen, calcium, vitamine D, inulin en oligofructose. Positieve effecten op gedragfuncties worden bereikt door het toevoegen van functionele ingrediënten zoals koffieïne, serotonine en tyrosine. Meestal wordt de optimale werking bereikt door complexe mechanismen en synergieën tussen de individuele stoffen.